![]() |
ekimov-actie
kort voor de aankomst uit het peloton demarreren
elastiek
aan het elastiek hangen: geloste renner die net weer bij de groep komt, maar bij de eerst volgende versnelling weer moet lossen
epiloog
laatste etappe van een wielerronde
eponeren
imponeren tijdens een wielerwedstrijd, terwijl achteraf blijkt dat de renner stimulerende middelen heeft gebruikt.
eindstreep
streep die het eind van een wedstrijdbaan aangeeft (vaak figuurlijk);
synoniem: finish, finishlijn
er af gereden worden
het tempo in de groep niet meer kunnen volgen
erdoor komen
een inzinking te boven komen
erdoor zitten
een inzinking niet te boven komen
erop en erover
als één (of meer) achtervolger(s) een renner of groep renners inhalen, niet aansluiten maar doorfietsen zodat de ingehaalde(n) niet kunnen volgen
etappe
een deel van totale parcours, bijvoorbeeld een etappe in de Tour de France
etappeplaats
plaats waar een etappe eindigt of begint
![]() |
finalekoker
dopingpakketje om voor de finale in te nemen
finish
1. eindpunt
2. eindstreep
3. laatste deel van een wielerwedstrijd
4. slot van een wedstrijd
flandrien
Een Flandrien is een renner die houdt van kasseien en korte, nijdige hellingen (zoals we ze vooral in Vlaanderen terugvinden). Een Flandrien herken je aan zijn gespierde dijen. Daarmee pijnigt hij de pedalen op de stenen, beukt hij de tegenstand kapot met de grote versnelling. De Flandrien heeft een strijdershart: hij geeft nooit op, zelfs weer en wind houden hem niet tegen. Een Flandrien verdient zijn strepen vooral in Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen, de kasseiklassiekers bij uitstek. Niet enkel het aantal zeges en ereplaatsen in deze wedstrijden zijn belangrijk, maar zeker ook de manier waarop. Voorbeelden van Flandriens: Museeuw, De Vlaeminck en Briek Schotte (de peetvader der Flandriens)
flanellen benen hebben
krachteloze benen, bibberbenen
flappers
rem-schakelgrepen
flikken
iemand flikken, geflikt worden, door een renner die een afspraak maakt in een kopgroep om samen te werken en vervolgens die afspraak niet nakomt doordat hij zelf demarreert, met als gevolg dat de renner de etappe/wedstrijd wint
flyer
wielrenner die opvalt door een soepele en elegante manier van rijden
forcing voeren
de koers uiteen trekken
fraingale
geeuwhonger, een klap krijgen door te weinig eten
frame
buizengestel van de fiets waaraan andere onderdelen als zadel, trapas, ketting en dergelijke verbonden zijn
freewheelen
zijn fiets laten doorlopen zonder te trappen
![]() |
gangmaker
persoon die op een motorfiets voor de renner rijdt om hem op gang te brengen en de luchtweerstand voor hem te verminderen
gat
afstand tussen koploper(s) en achtervolgers (een gat van 50 meter);
een gat laten vallen: een afstand laten ontstaan tussen een koploper en de achtervolgende groep
geletruidrager
drager van de gele trui in de Tour de France
gelost
het tempo niet meer kunnen bijhouden
geparkeerd staan
wordt gezegd van een renner die na een forse inspanning aansluiting vindt bij een vooruitrijdende groep of renner en daarna moeite heeft het tempo te volgen
gepiepeld
zich gepiepeld voelen = als een ploegleider of renner gemaakte afsopraken niet nakomt voelt het slachtoffer zich 'gepiepeld'
gesoigneerd
er goed verzorgd uitzien
getelefoneerde demarrage
demarrage die zelfs een blinde kip ziet aankomen
giro
Ronde van Italië
goed kunnen aankomen
goed kunnen sprinten
goeie lucht hebben
je goed voelen; sterke benen hebben
la grande boucle
bijnaam voor de Tour de France
grinta
verbetenheid
groenetruidrager
drager van de groene trui in een wielerronde, als symbool van de leider in het zogenaamde puntenklassement
groot verzet rijden
naast de letterlijke betekenis ook gedopeerd, gedrogeerd rijden
grote molen
wie de grote molen rijdt of draait heet het zwaarste verzet op z'n fiets ingeschakeld
![]() |
hamer
de man met de hamer tegenkomen: oververmoeidheid, een (morele) inzinking krijgen
hand
met losse handen fietsen: zonder het stuur vast te houden
hard afstappen
vallen, op je bek gaan
hard maken
'de koers hard maken': als eerste de aanval kiezen
hardrijder
wielrenner
harken
moeilijk vooruitkomen (meestal door een te groot verzet of uitputting)
harmonica spelen
lossen, aansluiten, weer lossen, aansluiten
hel
de hel van het Noorden: de slechte wegen in Noord-Frankrijk
hij is blij dat hij het leven heeft
dat hij het nog (net) kan bijbenen
in mijn hol
een andere renner meenemen of terugbrengen door hem uit de wind te zetten
met de punt in 't hol
alles geven… dan schuif je sowieso op de punt van je zadel
uit 't hol kletsen
demarreren
met het hol open rijden
het gaat erg hard en iedereen moet volle bak rijden
hollen en stilstaan
koersverloop met veel demarrages waarbij niemand wegkomt
hongerklop
tijdens een (wieler)wedstrijd plotseling optredende zwakte door gebrek aan voedsel
hybridefiets, hybride
stevige fiets die het midden houdt tussen een mountainbike en een citybike
