![]() |
in de beugel
diep onder in het stuur rijden
de indianen komen
het peloton loopt in op de kopgroep
J - Wielertaal Ster van Zwolle
jagen
hard achter de koploper(s) aanzitten
jasje uitdoen
niet goed meer zijn na een grote inspanning
junior
wielrenner in de leeftijdscategorie 16 t/m 18 jaar
jagen
hard achter de koploper(s) aanzitten
jasje uitdoen
niet goed meer zijn na een grote inspanning
junior
wielrenner in de leeftijdscategorie 16 t/m 18 jaar
![]() |
de kaart … trekken
als in: 'nu gaat Rabobank de kaart Boogerd trekken', waarmee wordt bedoeld dat Boogerd als speerpunt in de strategie van Rabobank gaat dienen
iemand driemaal door z'n kader kunnen draaien
veel sterkerdan een tegenstander zijn
op de kant zetten
zo gaan rijden dat niemand bij je uit de wind kan zitten
op het kantje
de laatste nog berijdbare strook van de weg, voor de berm begint
kapot
kapot zitten: aan het eind van zijn krachten zijn
schakel, als je werkelijk helemaal kapot zit, naar een hogere versnelling
karakter
instelling van een renner die niet wil opgeven, het vermogen om af te kunnen zien
kaske
lange maar niet zo steile berg zoals de Cipressa en de Poggio
kassei-klassieker
de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix
kasseivreter
renner die gemakkelijk en snel over de kasseien rijdt
katerkoers
benaming voor een veldrit voor amateurs en beroepsrenners, in januari
KBWB
Koninklijke Belgische Wielrijdersbond
keirin
sprintwedstrijd achter gangmakers op een wielerbaan
kermiskoers
wegwedstrijd ter gelegenheid van een kermis;
criterium
kinderkopjes
kasseien
kissmiss
mooie, jonge vrouw die de winnaar van een etappe of een andere wielerkoers bloemen en een zoen geeft
rondemiss
kusmiss
klampen
blijven hangen
klasbak
sportman of -vrouw van uitzonderlijke klasse
klassieker
traditionele en belangrijke hedendaagse wielerwedstrijd, zoals de Ster van Zwolle
een klassieker op zijn naam zetten: die winnen.
België telt de meeste klassiekers
klatsen
als in 'de ketting op de 13 klatsen': de ketting op de 13 doen
klepper
buitengewoon goed renner
klever
renner die zijn tegenstander (voortdurend) van dichtbij volgt; wieltjesplakker
klimmen
rijdend, fietsend een berg opgaan
klimmen op 't groot plateau
op het buitenblad omhoog fietsen
klimmer, klimgeit
wielrenner die goed kan klimmen
klipgeit
renner die zeer goed bergop kan rijden
klok
een wedstrijd tegen de klok: een tijdrit
tegen de klok rijden: een tijdrit rijden
knallen
er tegenaan gaan en de tegenstanders laten zien wat fietsen is
knecht
renner die in een wielerploeg rijdt, niet zozeer om zelf te winnen maar om de kopman te helpen
KNWB
Koninklijke Nederlandse Wielrijdersbond
KNWU
Koninklijke Nederlandse Wielrijdersunie
koekenbakker
middelmatig tot slechte renner
koers
snelheidswedstrijd, m.n. harddraverij of wielerwedstrijd
de koers is beslist (of afgelopen): het is duidelijk wie de winnaar wordt
koerscommissaris
commissaris bij een wielerwedstrijd, die aangewezen is om voor een goede regeling te zorgen, de orde te handhaven, enz.
koersfiets
racefiets
koffiemolen
kleine versnelling
koninginnenrit
zwaarste etappe in een meerdaagse wielerwedstrijd
kop over kop
wordt gezegd als renners vlot het kopwerk van elkaar overnemen
kopgroep
groep(je) mededingers bij een snelheidswedstrijd (vooral bij wielrennen, hardlopen e.d.) die op enige afstand van de rest van het deelnemersveld aan de kop gaan (lopen, rijden enz.)
antoniem: peloton
kopman
belangrijkste, klasserijkste wielrenner in een wielerploeg, voor wiens kansen de anderen zich moeten wegcijferen
koppel
ploeg van twee renners (bij baanwedstrijden) die elkaar telkens aflossen
koppelgenoot
wielrenner met wie men een koppel vormt
koppelwedstrijd
wielerwedstrijd, vooral op winterbanen, waarbij twee rijders elkaar mogen aflossen, of waaraan koppels van twee of meer rijders deelnemen
kopwerk
het voorop rijden in een ontsnapping of aan de kop van het peloton
op kousevoeten weg rijden
langzaam bij de concurrenten weg rijden
het kraakt bij…
wordt gezegd van een renner die de tempoversnelling niet meer kan volgen
krabber
slechte renner, beginner, kneus
kuitenbijter
deel van een parcours, met name een wielerparcours met veel hellingen
kuspoes
mooie, jonge vrouw die de winnaar van een etappe of een andere wielerkoers bloemen en een zoen geeft;
rondemiss;
kissmiss
kwak
iemand een kwak geven = iemand een duw geven
kwakzalver
illegale verstrekker van doping
![]() |
lanceerbocht
bocht met verkanting in de verkeerde richting
lanceren
op volle snelheid komen helpen
gelanceerd zijn: op volle snelheid fietsen
langspeelplaat
op een grote versnelling rijden
lantaarn
de rode lantaarn: (figuurlijk, sportterm) de laatste positie (in een klassement, peloton)
met de rode lantaarn vertrekken
leegrijden
zich helemaal geven, zich helemaal uitputten
leeggereden kwam hij over de finish
hij heeft zich in deze etappe helemaal leeggereden
zij was leeggereden
leiderstrui
trui van een bepaalde kleur die de leider in het algemeen klassement van een in etappes verreden (nationale) ronde draagt
met groot licht rijden
oude uitdrukking voor gedrogeerd (met doping) fietsen
linkebal
wieltjesplakker
linkeballen
plakken;
weigeren kopwerk te doen
niet meewerken
ook wel: 'luileballen'
parasitaire wijze van koersen
lopende col
col waar men vlot overheen fietst, meestal gewoon lang en steil
lossen
de aansluiting bij een groep renners verliezen;
het tempo niet kunnen volgen
lucht pompen
de tank is leeg, hij pompt lucht; zie ook: 'hongerklop'
luitenant
helper van de kopman; zie ook: 'knecht'
