![]() |
macht
op macht fietsen, klimmen: (met een grote versnelling fietsen en daardoor) zonder souplesse en dus veel inspanning vergend
maestro
benaming voor een oudere, ervaren renner
malen
trappen
de man met de hamer tegenkomen
een extreem moment van vermoeidheid hebben
massaspurt
spurt van een grote groep renners, van het hele peloton
materiaalwagen
volgauto met de mécanicien en het reservemateriaal
mécanicien
materiaalverzorger
meesterknecht
voornaamste knecht van een kopman
meet
eindstreep, finish.
hij kwam als eerste over de meet
meneren
op kop gaan rijden in de sprint
Merckxiaans
op de wijze van Eddy Merckx: zonder enige tegenspraak de beste zijn - op overtuigende wijze een zege behalen
mes
een groot mes opzetten, het grote mes erop zetten: met een grote versnelling rijden
meute
peloton
misselijk rijden
afstopwerkzaamheden verrichten aan de kop van het peloton
molen
buitenblad (grote molen, grote mes, grote plaat)
molshoop
colletje van de vierde categorie; ook wel 'pukkel' genoemd
mongolenwaaier
in de mongolenwaaier zitten = gelost en in de laatste groep zitten
monsterontsnapping
zeer lange ontsnapping
motard
gemotoriseerde verslaggever bij wielerwedstrijden
een te kleine motor hebben
niet met de beteren meekunnen
MTB
mountainbike
musette
etenszak die bij de verzorging in vliegende vaart meegegrist kan worden
![]() |
naaf
cilindervormig middenstuk van een fietswiel waar de as doorheen gaat
najaarsklassieker
klassieker die in het najaar gehouden wordt
neerstrijken op
wordt gezegd van het peloton wanneer het een ontsnapte renner of kopgroep inhaalt
toen ging mijn nekkie eraf
toen was ik kapot, het ging niet meer
neo
een renner onder de 23 jaar
neus
winnen met de vingers in de neus: met het grootste gemak
zijn neus aan het venster drukken
opvallen door goede prestaties
nieuweling
wielrenner van de leeftijdscategorie van veertien tot zestien jaar
NWB
Nederlandse Wielrijdersbond
![]() |
omloop
rondrit
criterium
omnium, omniumwedstrijd
wedstrijd waarin renners deelnemen aan de verschillende takken van de wielrensport, waarbij de eindklassering berust op de som van de prestaties in elk van die onderdelen
onafhankelijke
wielrenner die geen prof is, maar wel geldprijzen mag aannemen (tussen prof en amateur in)
onderdoor steken
naast degenen voor je gaan fietsen en dan de binnenbocht nemen
ontsnappen, ontsnapping
zich uit een groep losmaken en een voorsprong nemen
d'r op en d'r over
zodra ontsnapte renner teruggehaald is, direct van hem wegrijden
oortje
apparaat voor de verbinding met de ploegleider in de volgauto
oprapen
tijdens een beklimming de renners die voor je rijden één voor één inhalen
optrekken
na een bocht opnieuw snelheid maken
op de kant zetten
bij zijwind het peloton zo'n formatie opdringen dat de achtersten niet meer optimaal uit de wind kunnen rijden en moeten lossen, zodat waaiers ontstaan
oranje
trui van de leider van het klassement van de Ronde van Nederland
ossenkopstuur
stuur van een racefiets met twee naar boven gekromde uiteinden (triathlonstuur)
overnemen
een renner die op kop rijdt en de verzuring ingaat wil op dat moment afgelost worden, vaak wordt dat aangegeven door de elleboog uit te steken
![]() |
paaltje
slangbenaming voor kilometerpaaltje
in het pak steken
geflikt worden, bijvoorbeeld twee renners spannen samen om een derde niet te laten winnen
pakhaas
een renner die doping gebruikt
palmares
lijst van de belangrijkste uitslagen die een renner heeft behaald
pannenkoek
rijden als een pannenkoek: slecht rijden
een renner die er niet veel van bakt
pap
pap in de benen hebben: een slap gevoel in de benen
parkeren
nauwelijks nog vooruit kunnen
(moeten) passen
(bij een demarrage): niet met de tempoversnelling meekunnen
patat
een patat krijgen = figuurlijk een klap krijgen, achterstand oplopen
patattencoureur
slechte renner
patron
letterlijk: de baas; leider in het peloton
peau Belge
cocktail met onder andere cocaïne
pedaalas
de as waar het pedaal van de fiets omheen draait
pedaalliefde
de liefde van een renner voor zijn sport en alles wat daarmee samenhangt, bijvoorbeeld het trainen, het materiaal, het voedsel
pedaalridder
(schertsend) wielrenner
peentjes zweten
zweten
peloton
groep bijelkaar rijdende renners
peren
vreselijk afzien
pielverzet
een klein verzet zodat met een hoog beentempo gereden wordt
pignon
achtertandwiel, kamrad van een fiets
pinkers aanzetten
knie naar buuiten steken voor een bocht
piste
renbaan voor wielerwedstrijden
pistier
baanrenner
peloton
groep renners die in een wedstrijd bij elkaar rijden
plaat
grootste tandwiel aan de trapas; buitenblad
plafonneren
zijn plafond bereiken, het punt bereiken, bijvoorbeeld wanneer men een gat probeert dicht te rijden, dat men niet meer sneller kan
plakken
aan iemand blijven plakken: steeds in zijn wiel blijven
plakker
renner die uit angst gelost te worden weinig of geen kopwerk doet
plaktafel
massagetafel
planken
hard en vaak op kop van een (kop) groep rijden; 'hij was vandaag aardig aan het planken'
plankje
modern gevormd zadel met vlakke bovenkant
plat
een platte band: een lekke band
plat vallen, rijden: een lekke band krijgen
vals plat: stuk weg dat vlak lijkt, maar toch een lichte stijging heeft
platgooien
in een bocht de fiets zodanig sturen, waardoor deze ongeveer een hoek van 45 graden maakt
geen platte prijs rijden
weinig geloof hebben in een goede uitslag
platrijder
mountainbiker die slecht is in technische stukken
ploegleider
leider van een wielerploeg
ploegenspel
de tactiek die een wielerploeg uitvoert
ploegentijdrit
tijdrit voor wielerploegen
poten
wielrenners hebben het behalve over hun benen ook vaak over hun poten
pothelm
volledig gesloten helm
praten
het maken van een deal tussen renners tijdens de koers, wie gaat voor het klassement en wie voor de etappezege gaat bijvoorbeeld
premiesprint
sprint waarmee een geldpremie is te verdienen
prijs rijden
bij de eersten eindigen
profrenner
beroepsrijder
profstal
ploeg wielerprofs gesponsord door een bedrijf
proloog
korte, eerste etappe van een wielerronde
puinbakken
verschrikkelijk slecht rijden
pukkel
colletje van de vierde categorie. Ook wel molshoop.
puntenkoers
baanwedstrijd over 50 km, waarbij 28 keer gesprint wordt voor resp. 5, 3, 2 en 1 punten en na 25 km en in de laatste ronde voor resp. 10, 6, 4 en 2 punten
putjesrijder
iemand die het rijden over kasseien niet schuwt
