Winnaars in Zwolle

Home Taal Q - R - S - T - U

Q - R - S - T - U

Peperbus logo
R - Wielertaal Ster van Zwolle

racer
racefiets

racestuur
sterk gekromd fietsstuur met laagliggende handvatten, zoals op een racefiets

racezadel
smal, lang zadel voor racefietsen

ram
inzinking bij wielrenners tijdens een wedstrijd

ravitailleren
voedsel aannemen

reclamekaravaan
karavaan van reclameauto's die bij wielerwedstrijden voorafgaat aan de renners

recupereren
herstellen, weer op krachten komen na een inspanning

regenboogtrui
trui met de kleuren van de regenboog, gedragen door de renner die wereldkampioen wielrennen is geworden

remmentemmer
instrument waarmee men de remmen snel en gemakkelijk kan afstellen

remontage
opleving na een slecht moment in de koers

renner
coureur

rennerskwartier
plaats waar de renners hun onderkomen hebben

rennersveld
het geheel van de aan een wedstrijd deelnemende renners

reserve
hij fietst mee maar spaart z'n krachten

rijden
zijn tegenstanders op drie minuten rijden: zo hard rijden dat de tegenstanders drie minuten achterstand hebben;
groot, klein rijden: met het grote, kleine verzet

ritzege
overwinning in een etappe

rittenwedstrijd
etappekoers

rode lantaarndrager
laatste in het klassement

rol
cilinder bij het achterwiel van een gangmaker, waar de renner met het voorwiel tegenaan rijdt, om een hoge snelheid te krijgen.
de rol (moeten) lossen

rolrijder
stayer

ronde
wielerwedstrijd waarbij een bepaalde route door alle provincies of langs de omtrek van een land wordt afgelegd bijvoorbeeld de Ronde van Frankrijk, van Nederland, plaatselijke wielerwedstrijd

rondemiss
mooie, jonge vrouw die de winnaar van een etappe of een andere wielerkoers bloemen en een zoen geeft
kissmiss
kuspoes

rondeteller
iemand die telt hoeveel keer er rondgereden is (op een paard, op schaatsen, op een racefiets)

rondje om de kerk
bijnaam voor een wielercriterium met een parcours (bijna) helemaal in een dorp of stad waarbij het publiek zoveel en vaak mogelijk de renners langs ziet komen

rondkomen
vooruitkomen
de renner zat dood en kon niet meer rondkomen

in het rood rijden
constant op het maximum rijden; harder rijden dan goed voor je is

rugnummer
op de rug gedragen onderscheidingsnummer (met name bij wedstrijden)




Peperbus logo
S - Wielertaal Ster van Zwolle

sandwich
'gesandwiched worden': tussen twee renners belanden (één rechts en één links) en klemgereden worden

scherp staan
afgetraind zijn; 'die renner is zo scherp, als je hem een brood toewerpt is het gesneden'

sifon
drinkbus (die aan het frame van een racefiets bevestigd kan worden)

op sinaasappels en bananen rijden
ongedrogeerd zijn

sjaspatat
(chasse patate), patattenjacht, rijden als eenling tussen vluchters en peloton waarbij de renner een te grote voorsprong heeft om zich terug te laten zakken in het peloton en een te grote achterstand op vluchters om hen nog in te halen

slag missen
een renner (of ploeg) die zich niet in de kopgroep bevindt en daardoor niet meer in anmerking komt voor een podiumplaats of de eindzege

sleuren
door hardop voorop te rijden
voorttrekken
als jong coureur sleurde ik zomaar 200 km op de kop

slinger geven
handaflossing, of een extra zetje krijgen door even aan de gasgevende ploegauto te hangen

daar zit snee in
zit pit in, gaat snel, krachtige demarrage

er een snok aan geven
tempoversnelling van een wielrenner om na te gaan wie hem wel en niet kunnen volgen en/of om de zwakkere renners van zich af te schudden

snokken
'even snokken' = even fietsen, trainen; wordt door wielrenners gebruikt om te vragen of iemand mee gaat trainen

snot
maximaal hard fietsen, een renner die tot het uiterste gaat
het snot voor de ogen rijden: afmatten door het aanhouden van een hoog tempo

spervuur van demarrages
heel veel ontsnappingspogingen

sportfiets
sportieve fiets (tussen een gewone fiets en racefiets in)

sportkar
sportfiets

sportrijwiel
sportfiets

springen
alleen naar een vooruit rijdende groep rijden, zonder het peloton op sleeptouw te nemen

springplank
een ontsnapte renner aam wie andere renners zich kunnen optrekken (ook: mikpunt)

sprint
snelheidsrit over korte afstand,. Waarbij snelheid, tactiek en strategie van groot belang zijn

spurten
sprinten

stalen ros
clichébenaming voor de fiets

stampen
zonder souplesse fietsen, teveel kracht moeten uitoefenen

stayer
wielrenner die, op de baan, over grote afstand op een bep. voorgeschreven wijze achter een gangmaker op een motor rijdt

stoempen
hard, zonder souplesse op de pedalen trappen

stootlek
lekke band veroorzaakt doordat de buitenband doorslaat op de velg

de straatstenen eruit rijden
heel hard fietsen

strak staan
onder invloed van - veel - doping staan

rijden met strakke ketting
gedoseerd meerijden, zonder je te forceren

strijkijzer
'spinten als een strijkijzer' = lelijk, slecht sprinten

strijkplank
massagetafel

stuk
stuk zitten:: dodelijk vermoeid zijn, niet verder kunnen

aan z'n stuur hangen
net kunnen volgen

stuurlint
lint om het stuur van een racefiets

superbenen
in goede vorm zijn; veel kracht in de benen hebben

surplace, surplacen
balancerende stilstand van een deelnemer aan een wielerwedstrijd op een wielerbaan




Peperbus logo
T - Wielertaal Ster van Zwolle

tabak op poten
haar op de benen

taffelen
treuzelen, lanterfanten, afwachtende houding aannemen

tand
een tandje minder, terug zetten: terugschakelen naar een versnelling die een beklimming of een moeilijk traject gemakkelijker berijdbaar, beklimbaar maakt

tandje erbij doen
een versnelling zwaarder schakelen

op het tandvlees rijden
zeer moeilijk vooruit komen, alles geven

teenklem
beugel op de pedalen van een racefiets waarin het voorste deel van de voet wordt gestoken
(toeclip)

telefoneren
een renner die demarreert maar dat vooraf door zijn houding en bewegingen duidelijk aankondigt, heeft getelefoneerd

terughalen
achter (een ontsnapte renner) aangaan en (hem) inhalen

terugpakken
terughalen

terugvallen
meer naar de achterhoede gaan (om geen kopwerk te hoeven doen, om een achterblijver te helpen terugkomen)
zich laten terugvallen

terugwaaien
weer ingehaald worden door het peloton

tijdrijden
deelnemen aan een tijdrit

tijdrit
rit waarin de renners afzonderlijk of per ploeg, met enige minuten tussenpoos, starten en waarbij een bepaalde afstand binnen de kortst mogelijke tijd moet worden afgelegd
een individuele tijdrit of een ploegentijdrit

tobber
slechte renner

toeclip
voetklem aan de trapper van een sport- of racefiets waarin het voorste deel van de voet wordt gestoken
terwijl ik mijn voeten in de toe-clips van mijn racefiets wurmde

tour
Tour de France: de Ronde van Frankrijk (meerdaagse wielerwedstrijd voor beroepsrenners)

trainingsdier
renner die heel veel traint

trainen op de muur van woei
tegen een flinke wind in fietsen

trapje
erepodium

triatlonstuur
model fietsstuur bestaande uit een op een beugel- of ossenkopstuur gemonteerde boog die met de handen wordt vastgehouden, terwijl de ellebogen op de zijkanten rusten

la trompette
doping

trui
gebreid, geheel gesloten wollen kledingstuk voor het bovenlichaam, met lange mouwen synoniem: tricot in de wielersport draagt de leider van het dagelijks klassement een trui van bepaalde kleur; in de Ronde van Frankrijk onderscheidt men de gele trui, voor de leider van het algemeen klassement; de groene trui, voor de leider van het puntenklassement; de bolletjestrui voor de leider in het bergklassement en de witte trui voor de leider in het jongerenklassement

tube, tuub
smalle luchtband zonder binnenband voor racefietsen

de tube erop gooien
versnellen

turbo
turbo er op zetten = extra hard gaan fietsen

turbodijen
kenmerkende fysieke gesteldheid van de dijen van een renner met krachtige benen




Peperbus logo
U - Wielertaal Ster van Zwolle

UCI
Union Cycliste Internationale
internationale wielrenunie

uitbollen
fiets uitrollend tot stilstand komen

uit de wind zetten
zo weinig mogelijk wind vangen door achter een renner te gaan fietsen; de oorzaak van waaierrijden

uitgewoond
uitgeput, kapot van de fiets stappen; hij viel uitgewoond van z'n fiets

uiteenwaaien
uiteenvallen van het peloton, zie ook 'verbrokkeld'